Please install Flash® and/or turn on Javascript.

Arrow_left 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ... Arrow_right

Algemeen Dagblad

Marije Vogelzang (foto Sanne Donders)

‘Eet chips op mijn begrafenis’ – Dijlan van Vlimmeren

Rotterdam – Het gesprek begint met een bevestiging van een verhaal dat al een poosje de ronde doet in culinair Rotterdam.

Fooddesigner Marije Vogelzang (30) slaat samen met Piet Hekker, beiden eigenaar van eetlaboratorium Proef, de vleugels uit naar de Rotterdamse wijk Katendrecht.

Het pand naast Theater Walhalla wordt vanaf deze zomer een epicentrum van gildemeesters. Deze gildemeesters leiden een ‘kookerij’, een taartenbakkerij, een broodbakkerij en een kantine waar het publiek kan snoepen van kakelverse producten.

Concreter kan Marije Vogelzang nog niet zijn omdat het project in een testfase zit. Zeker is wel dat het eetlaboratorium aan de Mariniersweg wordt gelinkt aan ‘Katendrecht’ en dat de naam Proef in Rotterdam zal verdwijnen.

Voordat het zover is, heeft Marije Vogelzang haar handen vol aan de presentatie van Eat Love. Dit prikkelende boek, vanaf deze week te koop, laat zich het beste omschrijven als een overzicht van haar beste eetontwerpen.

,,Strikt genomen ontwerp ik geen eten, dat doet Moeder Aarde en dat doet ze heel goed. Ik experimenteer met eten.’’ De smaak is bij Marije Vogelzang niet ondergeschikt aan de presentatie. ,,Achter elke creatie schuilt een visie. Als mijn creatie niet lekker is, komt het verhaal niet over.’’

Ze probeert mensen op een leuke manier aan het denken te zetten. ,,Op de kaft van Eat Love sta ik met pistool in mijn mond. Dat pistool is een soort lolly. Het visualiseert wat (te veel) suiker met je lichaam doet.’’

Achter eten schuilt een hoop psychologie, heeft ze in de loop der jaren ontdekt. ,,Meer nog dan in de maag speelt eten af in het hoofd. Je kunt je als sterrenchef uit de naad werken, maar als een gast die avond niet lekker in het vel zit zal hij of zij jouw exquise hapjes minder waarderen dan de kroketten van de Febo die uit de muur werden getrokken toen hij of zij vlinders in de buik had.’’

In Eat Love daagt ze de lezer uit: ‘Wat at jij toen je voor de eerste keer verliefd was?’ Ze is niet te beroerd deze vraag zelf te beantwoorden. ,,Tijdens een van mijn eerste dates, ik was net 15, had ik geen flauw idee wat we aten. Het bleek couscous te zijn. Mijn vriendje plaagde me met mijn burgerlijkheid.

Het schaamrood stond op mijn kaken. Helemaal ongelijk had hij niet. Ik heb geen rijke culinaire jeugd gehad. Mijn ouders waren van de gourmet. Met kerst en mijn vaders verjaardag zaten we steevast in van die kleine pannetjes te roeren. De volgende dag stond mijn moeder met een teiltje sop in haar handen om de lamp boven de tafel te ontvetten.’’ Hoe het tij kan keren. ,,Ik eet nu zelfs rauwe kwal.’’

Ze koestert de beperkte smaakherinneringen aan haar kindertijd. Laatst bestelde Marije Vogelzang in een restaurant in Libanon een toetje waarvan ze de Arabische naam niet kon thuisbrengen. ,,Het deed me heel erg aan vroeger denken. Aan de tijd dat mijn moeder met haar bloemetjesschort in de keuken stond. Ineens wist ik het: dit is klopklop.’’

In Eat Love mag de Witte Begrafenismaaltijd niet ontbreken. Met deze studieopdracht maakte Marije Vogelzang zich in 1999 onsterfelijk. De Witte Begrafenismaaltijd is een alternatief voor het obligate plakje cake.

Voor haar teraardebestelling hoeven haar nabestaanden geen Witte Begrafenismaaltijd te organiseren. ,,Zo’n maaltijd is zoveel werk, dat wil ik niemand aandoen. Laat ze een zak chips opentrekken. Ik zou er zelfs geen moeite mee hebben als ze een cake zouden aansnijden. Als ze er lol in hebben, waarom niet? Tijdens mijn uitvaart mag er gelachen worden.’’